dinsdag 2 maart 2010

Animisme


We kwamen Kaspar Hauser tegen in Antwerpen. Althans, zijn geest waarde rond op de tentoonstelling over animisme in het M HKA. Het animisme gelooft dat dieren en zelfs levenloze objecten bezield zijn. Het hebben van een ziel zou geen bijzonder voorrecht van de mens zijn. Die grenzen zijn niet altijd zo scherp te trekken. Volgens animisten is de taal geen bewijs van de ziel, maar juist een barrière die de mensen scheidt van de wereld. De tentoonstelling legt verbanden met de beeldende kunst en met de actuele discussie over de grenzen tussen mens en machine.

Toen Kaspar als weerloos wezen werd gevonden langs de kant van de weg, kon hij niet meer woorden uitbrengen dan ‘mijn vader was een ruiter’. Kaspar was keurig gekleed, maar maakte een verwilderde indruk. Schrijven kon hij niet, behalve zijn naam. Zijn mysterieuze verschijning veroorzaakte veel ophef. Vanuit heel Europa kwamen mensen naar Neurenberg om het wolvenkind te aanschouwen. Wetenschappers maakten hem tot onderwerp van uiteenlopende beschouwingen over het wezen van de mens. Er waren geruchten dat hij van koninklijke huize was, maar zijn afkomst is nooit opgehelderd. Hij stierf onder even raadselachtige omstandigheden als hij verscheen. Anselm von Feuerbach publiceerde in 1832 een verslag over Kaspar Hauser met als titel ‘Voorbeeld van een misdaad tegen de ziel van een mens’. Maar zoals gezegd: zijn geest waart nog steeds rond.

vrijdag 26 februari 2010

Onderweg


Vorige week trof ik een dolende. In de blogspot van Annemarie Estor en Lies van Gasse.
Hauser heet hij. Hij is van huis vertrokken en zoekt. Naar wat? Naar dat wat gevonden dient te worden, stel ik me voor.
Dat is de meest concrete info. Het overige laat zich lezen in beeld en taal. Het beeld in tastende kleur en lijn. De taal in klassieke hexameters, het ritme van Odysseus en andere Ouden.
Welke grenzen zal hij onderweg tegenkomen? Ik houd hem nog een tijdje in de gaten, die Hauser.

zaterdag 20 februari 2010

Count the stars in the sky


Laat ik het maar bekennen: ik was verslaafd aan science fiction. Dat is de schuld van de Duitse TV. Die had ooit op maandagavond een serie met klassieke sf-films. Als ik hard genoeg zeurde, mocht ik opblijven om te kijken. We hebben het dan over de tijd dat ‘1984’ nog een verre toekomstroman was. De tijd van de Koude Oorlog. Diepe indruk maakte de film ‘On the beach’, naar het boek van Nevil Shute. Daarin gaat de bemanning van een duikboot op zoek naar de overlevenden van een nucleaire Wereldoorlog. Op een gegeven moment vangen ze verwarde morsesignalen op. Maar als ze aankomen in het verlaten stadje, blijkt dat de wind met het seinapparaat speelt. Dit desolate beeld is me altijd bijgebleven. Als ik nu de filmposter google zie ik Gregory Peck in innige omarming met Ava Gardner. Van die romantiek kan ik me niets herinneren. Dat kwam later pas.

Het schijnt dat Philip Glass zijn opera ‘Einstein on the beach’ vernoemde naar de film. Die opera ontdekte ik in de jaren 80. Het is een meesterwerk van ‘minimal music’, met eindeloze herhalingen en subtiele verschuivingen. Sommige mensen vinden het maar saai of steriel, maar ik kan er helemaal in opgaan. Vooral de koorstukken, waarin het ritme en de melodie letterlijk worden gezongen met getallen (1,2,3,4,..) en noten (do,re,mi, fa,...). Elementaire muziek voor een onttoverde wereld. Maar er is nog wel plaats voor romantiek. De bijna pathetisch uitgesproken slotwoorden van de vijf uur durende opera kunnen me tot tranen toe ontroeren.

“Again there was silence as the two lovers sat on a park bench, their bodies touching, holding hands in the moonlight. Once more she spoke. "How much do you love me, John?" she asked. He answered: "How much do I love you? Count the stars in the sky. Measure the waters of the oceans with a teaspoon. Number the grains of sand on the sea shore. Impossible, you say. Yes and it is just as impossible for me to say how much I love you.”

Tenslotte overwint altijd de liefde. Wat vonden jullie trouwens van ‘Avatar’?

woensdag 17 februari 2010

Product description


Ik koekelde op de woorden waar het vorige bericht mee afsloot. Zou het een citaat zijn? Ik kwam terecht bij een virtuele winkel, waarin mij de mogelijkheid werd geboden tot 'selfactualization'. Dit zou plaats vinden na aanschaf van een dagboek met behalve blanco pagina’s ook handgeschreven wijsheden en quotes van Dolly Parton.
Bij een andere link vond ik een foto van een meneer in een t-shirt met opdruk. Voor hem stond een bord met groene salade en een fles bronwater. Hij keek mij opgewekt aan. Dat krijg je van dat gezonde eten, dacht ik. Maar toen ik beter keek, zag ik wat er op zijn shirt stond.

In beide gevallen kreeg ik de boodschap door dat niets onmogelijk voor me zou zijn, als ik maar bij het circus zou gaan werken. Nu had ik eigenlijke andere plannen voor mezelf. Maar het houdt me toch bezig.

zaterdag 13 februari 2010

Een zekere Chinese encyclopedie


Elke keer als ik de tekst lees waarmee de Franse filosoof Michel Foucault zijn magnum opus ‘De woorden en de dingen’ begint, kan ik een lach moeilijk onderdrukken. Hij citeert de schrijver Borges die op zijn beurt 'een zekere Chinese encyclopedie' citeert. Waarin geschreven zou staan dat de 'dieren kunnen worden verdeeld in: a) die de Keizer toebehoren, b) gebalsemde, c) tamme, d) speenvarkens, e) sirenen, f) fabeldieren, g) loslopende honden, h) die in deze indeling voorkomen, i) die in het rond slaan als gekken, j) ontelbare, k) die met een fijn kameelharen penseeltje getekend zijn, l) et caetera, m) die juist een kruik gebroken hebben, n) die uit de verte op vliegen lijken'.

Volgens Foucault bereiken we bij de verbazing over deze taxonomie in één sprong de grens van ons denken. Vervolgens legt hij omstandig uit hoe onze beleving van de werkelijkheid wordt geconstrueerd door de woorden die we daaraan geven. De structuur van de taal weerspiegelt en bevestigt de maatschappelijke orde. En hij beschrijft hoe in de loop van de geschiedenis hierin radicale breuken hebben plaatsgevonden.

Zware kost, die Foucault, dat wel. Daarom terug naar de lach. Over het ongerijmde van die absurde opsomming. De meest fantastische wezens worden hier bij elkaar gebracht, fabeldieren naast loslopende honden. En tegelijkertijd tart de gemeenschappelijke ruimte waarin zij elkaar zouden kunnen ontmoeten elke verbeelding. Het gaat ‘knetteren in je hoofd’ zou Mary zeggen. Die lach raakt voor mij aan de essentie van de g=t groep. Want het gaat toch om het oproepen van onverwachte associaties, het laten kantelen van vertrouwde perspectieven? De fantasie prikkelen en uitdagen tot een dialoog. Impossible, you say?

zondag 7 februari 2010

Motivaction onderzocht "de grenzeloze generatie"

Iets nieuws kopen hoort bij de leukste dingen van mijn leven

Dat vindt de helft van 'De grenzeloze generatie', de 15- tot 23-jarigen. Motivaction onderzoekt al 25 jaar de mentaliteit van Nederlanders


  • De babyboomers lieten waarden als plichtsgevoel en soberheid achter zich.
  • Hun (klein)kinderen willen weer grenzen, staat in een onderzoek van Motivaction.

"Ik kan geen huiswerk maken. Ik werk de hele avond." Aldus havo 4-leerling Teun tegen leraar Nederlands Graa Boomsma. Teun, schreef Boomsma vorige week in De Groene Amsterdammer, is oprecht verontwaardigd dat hij huiswerk opkrijgt op de avond dat hij moet werken. Hoe moet hij dan geld verdienen om zijn nieuwe iPod, merkkleding en drank te kunnen kopen?

Maar het wordt nog gekker. De volgende dag komt Teun aanzetten met een briefje van zijn ouders. Daarin staat dat hij zijn huiswerk niet heeft kunnen maken, omdat hij anders zijn baantje bij... Boomsma heeft het briefje niet uitgelezen.

Het voorval staat niet op zichzelf. Jongeren zijn de laatste tien jaar in toenemende mate gefascineerd geraakt door uiterlijk, status, gemak, kicks en geld. Hedonisme en individualisme nemen toe, de belangstelling voor maatschappij en milieu neemt af. Tegelijkertijd zijn pubers en twintigers op zoek naar structuur en vaste waarden, maar zijn hun ouders niet in staat die te bieden. Waarden als verantwoordelijkheid en zelfbeheersing worden nauwelijks overgedragen. Sterker nog: omdat ze zelf jeugdig willen overkomen, omarmen ouders steeds vaker de mentaliteit van hun kinderen.

Dat schrijven de sociologen Frits Spangenberg en Martijn Lampert in het gisteren verschenen boek De grenzeloze generatie. Spangenberg, oprichter van onderzoeksbureau Motivaction, en Lampert, trendonderzoeker bij hetzelfde bureau, baseren hun analyse op vijfentwintig jaar mentaliteitsonderzoek en duizenden uren interviewmateriaal. Wat beweegt mensen: dat is de vraag waar Motivaction in geïnteresseerd is (net als de bedrijven en overheidsinstellingen voor wie zij onderzoek doen).

Een opvallend resultaat in De grenzeloze generatie is dat jongeren zich steeds minder betrokken voelen bij het milieu. Op de stelling 'ik probeer milieubewust te leven' antwoordde 26 procent van de generatie 15- tot 23-jarigen instemmend. Tien jaar geleden zei 33 procent van dezelfde leeftijdscategorie nog 'ja'. 'Ik maak me zorgen over de schade die door mensen aan de aarde wordt toegebracht' leverde bij 58 procent bijval op. Dat was tien jaar geleden 78 procent.

Hoewel politici, opiniemakers en journalisten meer dan ooit hun best doen om milieubewustzijn en duurzaamheid op de agenda te zetten, lijkt de boodschap bij jongeren niet aan te komen. Hierbij moet worden aangetekend dat ook oudere generaties volgens de onderzoekers de laatste tien jaar wat minder milieubewust zijn geworden.

"Alleen een overwegend hoogopgeleide elite is aangestoken door het Gore-isme", zegt Spangenberg. "En vergelijk je de verschillende generaties, dan zie je dat bij de huidige generatie pubers en begin twintigers de belangstelling het geringst is en het tempo waarmee die belangstelling afneemt het grootst."

Dan over de afnemende belangstelling voor de maatschappij. Van de ondervraagde jongeren reageerde 49 procent instemmend op de stelling 'ik voel me zeer betrokken bij wat er in de maatschappij gebeurt'. Tien jaar geleden was dat nog 65 procent. Tegelijk is geen generatie zo gefocust op uiterlijk, spanning, consumptie en vermaak: 50 procent van de jongeren stemt in met de stelling 'iets nieuws kunnen kopen vind ik één van de leukste dingen in mijn leven'. 51 procent voelt zich 'vooral gelukkig als ik geld kan uitgeven.' De generatie die in 1971-1985 is geboren, is minder gefascineerd door uiterlijk, maar vertoont op dit gebied wel de grootste groei.

De onderzoekers zien deze uitkomsten als "de opmars van de zelfgenoegzaamheid". Directe behoeftebevrediging van jezelf en een zekere blindheid voor de behoeften van een ander zijn volgens hen typerend voor de jongste generatie. En in mindere mate ook voor de generatie voor hen: mensen die tussen 1971 en 1985 zijn geboren. Met andere woorden: de jeugd wordt met de dag asocialer.

Hoe valt dit te verklaren? Volgens de onderzoekers is er nog nooit een generatie opgegroeid met zo veel vrijheid en zelfstandigheid. "De school biedt jongeren steeds minder structuur. En bij ouders is gezag taboe geworden", zegt Spangenberg. "Opvoeders zijn kinderen als onderhandelingspartners gaan beschouwen. Ze hechten groot belang aan wat kinderen zelf willen, ook als dat betekent dat ze thuis willen indrinken of besluiten een bijbaantje te nemen."

De toegenomen zelfstandigheid van jongeren is volgens de auteurs het resultaat van een gestage verschuiving in het Nederlandse waardenstelsel. Dat begon bij de babyboomers. Met de toegenomen individualisering en gestegen welvaart werd de samenleving vanaf de jaren zestig narcistischer en materialistischer. Een deel van de babyboomers ruilde de waarden van hun ouders - bescheidenheid, afwachtendheid, soberheid en plichtsgevoel - in voor individualiteit en vrijheid. En die nieuwe waarden gaven de babyboomers door aan hun kroost.

Voor een ruime minderheid van deze kinderen pakt het zo slecht nog niet uit, die gerichtheid op het individu, het materialisme en de vrijheid die ze krijgen van opvoeders en leraren. De onderzoekers onderscheiden een groep (42 procent) van ondernemende, onafhankelijke, ambitieuze, vaak hoger opgeleide jongeren. Deze multitaskende, netwerkende, 'pragmatische jongeren' kunnen zich prima redden in een samenleving die 24 uur per dag voort raast, waar de kansen voor het grijpen liggen en waar nauwelijks ankers bestaan.

Een groep jongeren is ondernemend en ambitieus en redt het wel zonder structuur

Maar op een ander, minder geprivilegieerd deel van de jongeren heeft de heerschappij van het individu en de toegenomen vrijheid wel degelijk een verontrustend effect. Deze zogenaamde 'buitenstaanders' (van 41 procent) zijn minder zelfredzaam, hebben moeite met de complexiteit van de samenleving en roepen in een woestijn van vrijblijvendheid om richting. Niet verwonderlijk doen zich bij deze groep de meeste met jongeren geassocieerde problemen voor: schooluitval, schulden, drugsgebruik, obesitas, noem maar op. Het is ook vooral deze groep bij wie de onderzoekers een toename van gevoelens van boosheid, verveling en irritatie waarnemen.

Spangenberg: "Ik werd echt verrast door de grote groep jongeren die behoefte heeft aan richting, houvast en iemand die de leiding neemt. En dat terwijl hun ouders graag jong willen zijn. Het signaal dat deze ouders afgeven is dat jong zijn het leukste en beste is wat er is. Kinderen vragen zich vervolgens af waarom ze volwassen moeten worden, als volwassenen het zelf niet eens willen."

Die behoefte aan richting loopt in lijn met een ander opvallend resultaat uit het onderzoek: steeds meer jongeren lijken de grenzeloosheid van hun bestaan af te wijzen. Zo wordt 'hiërarchie in de samenleving' nu door 40 procent van de jongeren gewaardeerd. Een meerderheid is het niet, maar het standpunt is wel in opkomst. Dat lijkt erop te wijzen dat de jeugd conservatiever aan het worden is. Zo signaleren de onderzoekers ook een toegenomen waardering voor traditionelere rolpatronen tussen man en vrouw. Met de stelling 'ik vind het heel normaal dat mannen vrouwelijke eigenschappen laten zien' stemmen steeds minderen jongeren in. Vaarwel metroman.

Een even grote groep roept in een woestijn van vrijblijvendheid om richting

"Het heeft wel iets paradoxaals, die behoefte aan vrijheid én hiërarchie", zegt Lampert. "Maar zó gek zijn die behoeften nu ook weer niet: zowel de zoektocht naar leiding als de hang naar avontuur zijn kenmerkend voor het puberbrein." En hiërarchie en structuur ontbreken nu juist op scholen, zeggen de onderzoekers. "Jongeren willen ergens bij horen, ze willen graag trots zijn. Maar de school wordt steeds vrijblijvender."

Hoe zou dat anders kunnen? Lampert: "De invoering van schooluniformen bijvoorbeeld kan een stap vooruit zijn. Dan ontleen je je identiteit niet aan merkkleding, maar ben je wat je presteert. We zien dat jongeren die een bijbaantje hebben bij Albert Heijn of McDonald's, en daar een uniform moeten dragen, de hun opgelegde normen erg waarderen. Daar maken ze ook pas kennis met waarden als punctualiteit en teamspirit. Dat is toch een aanfluiting voor onze samenleving?"

Vrijblijvendheid op scholen heeft dan ook zijn langste tijd gehad, voorspellen de auteurs. Spangenberg: "Let maar op, over een paar jaar experimenteren de eerste scholen met schooluniformen."

'De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van hun opvoeders' van Frits Spangenberg en Martijn Lampert, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 288 blz., € 19,95.

Bron: nrc.next, door Reinier Kist 01.12.2009


maandag 25 januari 2010

Ontmoetingen


'Het zou natuurlijk onzinnig zijn als het anders was. Alles is bestudeerd, alles is berekend, vergissingen zijn uitgesloten, er zijn geen gevallen bekend waarin een fout kon worden vastgesteld, al was het maar een paar centimeter of zelfs een paar millimeter.
Toch onderga ik steevast iets wat op verrukking lijkt wanneer ik denk aan de ontmoeting van de Franse en de Italiaanse werklieden in het midden van de Mont Cenis-tunnel.'

Georges Perec in 'Ruimten Rondom'

dinsdag 19 januari 2010

Weinig poentie en bulibuli

Mensen hebben voor- en achternamen. Sommigen heten van achteren VandenLorre, en daar kunnen ze niets aan doen. Zo zijn ze geboren – met waarschijnlijk een lor ergens in de voorvaderen.

Maar gelukkig hebben mensen ook een voornaam. Toch kan die het lor soms niet helemaal verhullen. Een voorbeeld. Wilfried. Een prachtige voornaam: wil vrede. Wilfried mag televisie-programma’s presenteren.

In zijn nieuwste programma neemt hij 24 uur lang een gast in huis (lees: tussen vier gammele studioschotten, voorzien van alle denkbare audiovisuele registratieapparatuur), en het moet bij voorkeur een Bekende Nederlander zijn, want Wilfried wil laten zien hoe die nu écht is - 24 uur lang een masker ophouden lukt namelijk niemand. (Ook Wilfried niet).

Gisteren had hij Heleen op bezoek, een mooie vrouw van midden veertig. De gedachte aan 24 uur levenslang met Heleen deed Wilfried, zeven jaar ouder dan zij, waarschijnlijk weken van tevoren al in de heerlijkste dromen verzinken.
Maar toen ze er was, bleek ze behalve over een prachtig uiterlijk vooral over een verscheurd innerlijk te beschikken. Een ziel, die altijd op zijn hoede is voor een dreigende psychose. Vanwege een eerdere, die ontstaan was nadat Heleen haar baby ondervoed had, terwijl ze juist dacht dat ze het goed deed: baby aan de borst.
‘Het kind heeft drie weken echt hónger geleden!’ zei ze, en het was te zien dat de gedachte alleen al haar nog pijn deed.
Wilfried vond daar niet veel aan.
‘Gebruik je pillen tegen zo’n psychose?’ vroeg hij mismoedig, in een foute houding, ongeïnteresseerd hangend op de bank, tegenover haar.
‘Ja, ik heb er net een genomen.’
‘Waarom?’
‘Om een psychose te vermijden.’
Het woord neerslachtig werd letterlijke realiteit toen Wilfried nog vijftien graden dieper in een scheve hoek zakte. De heerlijke dromen losten voor zijn ogen op, terwijl hij de lieflijke gestalte tegenover hem aanschouwde. Een psychose. Dat is weinig poentie.
‘Alle gedachten zijn voor mij bijna-realiteit,’ verklaarde de mooie Heleen, ‘ik moet er echt voor zorgen dat sommige niet te dichtbij komen.’
‘Gedachten? Wat voor gedachten?’
‘Dit gesprek, bijvoorbeeld. Het kan van alles oproepen.’
‘Wat dan?’
‘Gevoelens.’
‘Gevoelens?’ De slappe passer werd aangedraaid tot een zuivere hoek van 45 graden. ‘Wat voor gevoelens?’
‘Nare gevoelens.’
‘Náre gevoelens?’ En hij zakte meteen weer in tot nul. ‘Maar ... jij bent toch de succesvolle vrouw op de rode loper?’
‘Ja,een deel van mij. Gelukkig wel.’
‘Maar kun je die vreemde gedachten niet een rotschop geven, van: sodemieter op, dit is niet wáár.’
Hij zou wel willen. Helaas werkt het zó niet.

En dat haar vader zelfmoord had gepleegd … nu ja, niet bulibuli voor Wilfried. Zo zie je dat een vrede vermoedende voornaam nog niet alles zegt over zijn drager, een man die – zelfs als hij zeven jaar ouder is dan de vrouw die hij op visite nodigt – te jong is voor een volwassen gesprek, en misschien een lor in zijn voorvaderen heeft.

maandag 18 januari 2010

Peinzen in het duister mag best een keer

Sinds kerst heb ik een peinshoekje – op het randje van mijn terracotta bankje, vlak bij waar voorheen de kerstboom stond. Daarvóór stond er een lamp, maar omwille van de vrede in huis tussen de kerstboom en de schemerlamp heeft de lamp zich een verdieping hoger gewandeld en zich op de korenmaat geplaatst. De kerstboom had vrij spel, enkele weken, en daarna lag hij tegen de lantaarnpaal tegenover mijn huis, omdat de reinigingsdienst dat zo wilde.

Sindsdien heb ik een duisterend hoekje in de kamer, bij mijn terracotta bank. Het geluk wil dat daar ook juist de kachel staat, en zo werd een leesplekje een peinshoekje voor donkere, koude januaridagen.

’t Is wel lekker om daar grensverleggend te zitten mijmeren, bijvoorbeeld over feestdagen. Waarom doen we niet iets leuks in januari – behalve mijmeren? Omdat er niemand jarig is. Geen Martinus, geen Sinterklaas. Omdat er niemand geboren werd. Geen kerstkind. Geen paashaas die uit een ei kruipt. Omdat er niemand trouwt. Geen Pinksterbruid. Geen Meimaagd. Omdat er niemand vrij heeft, en op vakantie gaat. Koud. Geen geld. Geen tijd.

Daarom is mijn peinshoekje zo prettig. Je kunt net doen alsof het wél zo is. Tegen de kachel geleund droom ik dat ik op reis ga, met een januariman, en een januaribaby, op januarivakantie. En we eten januarieieren en we drinken januariwijn.

Straks worden de dagen weer langer, je merkt het nu al een beetje. Voor je het weet, is het in mijn duisterende hoekje weer volop licht, want het is mooi op het zuidwesten gelegen. Voor je het weet, zie ik weer hoe mijn kipjes rasechte eieren leggen. En moet ik een reis verzinnen. Met een man van vlees en bloed op stap.

Vaarwel, veilig mijmerbankje. Die januaribaby was er al. Hij heet Thomas, en wordt vandaag 26 jaar.

Vreemde energieën

In de nieuwjaarsochtend van 1995 had ik mijn eerste uittreding. Dat ging als volgt: ik lag in bed op mijn rug in een toestand tussen slapen en waken en ik voelde hoe een vreemde energie door mijn voeten naar binnen ging. Vervolgens steeg ik met laken en al recht naar boven en werd ik door een wind meegenomen. Meer kan ik me niet herinneren. Daarna kreeg ik vaker uittredingen, bijna altijd in momenten van halfslaap, nadat ik wakker geworden was en weer in slaap dreigte te gaan vallen. Toen noemde ik het nog geen uittredingen maar hallucinaties, ook vanwege de vaak spectaculaire geluidseffecten die in die halfslaaptoestand optraden. Soms hoorde ik orkestrale muziek die ik nog niet eerder gehoord had, een merkwaardige combinatie van avant-gardistische klanken en 19e eeuwse romantiek. Meeslepende muziek waarvan ik me afvroeg of ik daarvan de creator was, of alleen maar de toehoorder. Interessant was dat het volume van de hallucinatie afnam naarmate ik de muziek meer probeerde te controleren. (Op een vrij ruwe manier: meer koper, meer strijkers, dat soort aanwijzingen). Stopte ik met het proberen te beïnvloeden van de muziek dan zwol het volume weer aan. Een andere observatie die ik had, was dat er een vloeiende overgang was tussen lucide dromen en uittredingen. Ik had al een tijdje ervaringen met lucide dromen, die ik in toenemende mate kreeg sinds ik in een schriftje mijn dromen was gaan opschrijven. De uittredingen waren begonnen niet lang nadat ik fanatiek was gaan mediteren, het tellen van mijn uitademingen.

Pas nadat ik ik een vriend vertelde over een specifieke ervaring ben ik de hallucinaties die met een gevoel van wind en vliegen gepaard gaan uittredingen gaan noemen. (meestal voorafgaand door een gevoel van verstijving) Het ging om de volgende hallucinatie: ik zweefde boven een groot complex van boerderijen en voelde hoe er boven mij een vreemd lichaam meevloog. Dit vreemde lichaam stak een tentakel in mijn onderrug. Het leek een nachtmerrie waarbij ik door een vreemd insect werd uitgezogen, tenminste die versie vertelde ik aan mijn vriend. Maar hij had de volgende verklaring. Die tentakel was de bekende streng waarmee ik verbonden was met mijn lichaam. Het vreemde lichaam dat ik achter me voelde was mijn fysieke lichaam waarin ik weer aan het terugkomen was. Dit vond ik niet onaannemelijk klinken. Met diezelfde vriend had ik altijd meningsverschillen over 'of er meer is'. Ik was de scepticus, hij geloofde in geesten, reïncarnatie etc. Hij was nogal fan van de Seth-boeken. Dat juist ik, de scepticus, dit soort ervaringen had, dat was natuurlijk wel grappig. De uittredingen die ik had pasten meestal in het bekende plaatje: een wind waardoor je meegenomen wordt, een reis door een tunnel, aankomst in een 'andere wereld'.

De periode waarin ik de meeste en ook de heftigste uittredingen had, viel tussen 1995 en 1997. Misschien juist omdat ik me er daarvoor, met mijn scepsisme, nogal tegen had verzet, gaf ik me er helemaal aan over, en ging als een bezetene boeken lezen over sjamanisme, het Tibetaanse dodenboek, en dergelijke. Maar omdat de ervaringen op zichzelf niet erg aangenaam waren, fysiek vooral, was er toch een soort rem op mijn nieuwsgierigheid. Vreemde energieën, ruwe, grofstoffelijke, doorborende energieën, wel interessant, maar niet fijn. Een keer voelde ik, in een toestand van katatonie, hoe mijn gezichtsspieren werden bewogen door een vreemde wil. Ik voelde spieren in mijn gezicht rollen waarvan ik niet wist dat ik ze had, ze zaten dieper dan de gezichtsspieren die ik normaal voel, maar niet alleen dieper, ook de bewegingen die ze maakten waren vreemd. Het was een spastische, krankzinnige dans van knopen door mijn gezicht. Voor het eerst voelde ik dat niet alleen gezichtsspieren gevoelens kunnen uitdrukken, maar ook omgekeerd dat gezichtsuitdrukkingen gevoelens kunnen oproepen. Omdat het gevoelens waren die ik nog niet eerder had ervaren kan ik ze moeilijk omschrijven. Het was een combinatie van uitzinnige razernij, verwarring en afschuw.

Nog een ervaring die ik de moeite waard vind om te vermelden is een uittreding waarbij ik het gevoel had dat ik wegvloog op de 'astrale wind', terwijl ik tegelijkertijd mijn lichaam nog op het matras voelde liggen. Ik was in staat om mijn ogen met een uiterste krachtsinspanning te openen, dwars tegen de slaapverlamming in, en zag toen iets dat ik absoluut niet kon plaatsen. Ik had het gevoel dat ik was vastgebonden aan de mast van een schip en tegen die mast omhoogkeek. Terwijl ik 'wakker' werd met mijn ogen open, en ik weer geheel en al terugkwam in mijn lichaam kon ik pas plaatsen wat ik zag. Het was de leeslamp op mijn nachtkastje. Ik had het beeld niet herkend omdat ik in de uittreding geen gevoel voor 'onder', 'boven', 'voor' en 'achter' had. Dezelfde visuele prikkels interpreteerde ik ineens heel anders. Die overgang was fascinerend.

Nu ik er jaren later, met de nodige afstand op terugkijk, stel ik me nog steeds de vraag wat ik voor betekenis moet toekennen aan deze ervaringen. Waarom had ik deze ervaringen? Is er inderdaad 'meer'? Kwamen de vreemde energieën werkelijk van 'buiten' of waren het projecties van mijn eigen geest? Wat wil dat eigenlijk zeggen de 'eigen geest'? Waar begint deze en waar houdt hij op? Doen deze vragen er überhaupt toe en gaat het niet vooral om het feit dat ik iets heb ervaren dat buiten mijn kader lag? En daarmee de grenzen van mijn scepsis ben tegengekomen? (Zonder me meteen aan allerlei theorieën van spiritisten e.d. uit te leveren). Ik moet denken aan de bekende uitspraak van Rimbaud: 'ik is een ander' en de vedische wijsheid: 'Gij zijt dat'. Beide ondergraven de westerse notie van een autonoom 'ik'. Misschien heb ik op mijn manier het 'andere' dat 'ik' is ervaren.

In die tijd gebeurde het dat ik een keer langs het Groninger museum fietste op weg naar het station. Ik passeerde een zwerver. Deze keek me doordringend aan en zei met onheilspellende stem: 'there's a ghost under your bed'.

zaterdag 16 januari 2010

Verborgen grens


Wie ’s avonds over het Domplein van Utrecht fietst kan soms verrast worden door een groene nevel die opstijgt uit een spleet in de straat. Deze nevel herinnert aan de muur van het Romeinse castellum dat hier ooit stond. Het castellum bewaakte de noordgrens van het Romeinse Rijk. Deze grens volgde de oevers van de Rijn en heeft op veel plaatsen zijn sporen achtergelaten in de ondergrond. Sporen die soms weer in onverwachte vorm naar boven komen.

vrijdag 8 januari 2010

Stukje uit de toespraak van prinses Maxima in 2007:

Mijn schoonvader, Prins Claus, zei toen het volgende: “Eén vraag die heel moeilijk te beantwoorden is en die mij herhaaldelijk gesteld werd, is hoe het voelt Nederlander te zijn. Mijn antwoord is: ik weet niet hoe het is Nederlander te zijn. Ik heb verschillende loyaliteiten en ik ben wereldburger en Europeaan en Nederlander.” Woorden die ik nooit ben vergeten. Om de identiteit en loyaliteit van een mens zijn geen hekken te plaatsen. Ik denk dat veel mensen het zo voelen.

woensdag 6 januari 2010



dat is toch best wel een heel klein beetje jammer, vond God
als de mens de backyard van het heelal tot zijn beschikking heeft
en er een binnenplaats van 1 bij 1 van maakt,
terwijl ie in drukinkt comics jubelt:
de postzegel sky
is de postzegel limit

God zucht:
dat de mens nu een vierkant hoofd heeft
was niet mijn bedoeling
het zou rond horen te zijn
als mijn schedel, mijn oogbal, de heupen van Eva
maar het lijkt nu nog het meest
op een pak sigaretten of een ijsblokje

werd er maar weer wat les gegeven
door willekeurige plak- en-knipdocenten
of anderszins muzisch vormend,
gewoon weer creabea
dat zou een begin zijn

maar goed, denkt God
dat ik zo somber denk kan ook niet de bedoeling zijn
ik ga behoorlijk op die mens zelf lijken
straks krijg ik nog een ego
en kan ik het wel schudden met focussen op mijn stiltepunt
zo komt er never nooit een mensheidsontwikkeling tot stand
en ik wou nu toch
langzamerhand wellus
aan mijn bapo beginnen.

zaterdag 2 januari 2010

To boldly go where no man has gone before


Kapitein Kirk trok met zijn ruimteschip de Enterprise naar de final frontier van het heelal. De g=t groep heeft een niet minder bescheiden reisdoel. Wij verkennen het grensgebied van de cultuur. Vanuit persoonlijke fascinaties laten we ons licht schijnen op uiteenlopende onderwerpen. Op zoek naar spannende confrontaties en onverwachte ontmoetingen. Het onderwerp voor de eerste bijeenkomst van de g=t groep is ‘grenzen’.

We denken dat een gedachtenwisseling over grenzen een goede start is om de g=t groep - vooralsnog niet meer dan een rondzwevend concept - een plaats te geven in de werkelijkheid. Want voordat je grenzen kunt verleggen, moet je weten waar ze liggen.

De trend lijkt dat grenzen vervagen. Door economische mondialisering en het world wide web doen geografische verschillen er niet meer zo toe. En ook de grens tussen het publieke en het privé domein is steeds moeilijker te trekken. Over hoe we dit moeten duiden, verschillen de meningen. Er gaan steeds meer stemmen op voor het stellen van grenzen en het beschermen van lokale tradities. Lange tijd was het de norm om voortdurend je grenzen te willen verleggen, maar tegenwoordig wordt dit vaak neergezet als uitwas van een ontspoorde maatschappij. ‘Het ideaal van het bevrijde individu heeft zijn eindpunt bereikt’, aldus onze koningin. ‘We moeten trachten een weg terug te vinden naar wat samenbindt.’ Ook in de kunst - een mondiale sector bij uitstek - lijkt er sprake van een herwaardering van het lokale. Veel kunstenaars plaatsen zichzelf in een traditie of ontlenen hun onderwerp aan het landschap.

De vraag kan gesteld worden in hoeverre het lokale nog daadwerkelijk gebonden is aan fysieke grenzen of evengoed een onderdeel is van de wereldeconomie. En of dat erg is. Wat betekenen grenzen nog in dit tijdsgewricht? Wat zijn eigenlijk relevante grenzen? Misschien zijn denkbeeldige grenzen en persoonlijke geografieën wel veel interessanter. Dit soort vragen staat centraal op de eerste bijeenkomst van de g=t groep. We zijn niet op zoek naar antwoorden, wel naar wonderlijke verhalen en inspirerende beelden.