In de nieuwjaarsochtend van 1995 had ik mijn eerste uittreding. Dat ging als volgt: ik lag in bed op mijn rug in een toestand tussen slapen en waken en ik voelde hoe een vreemde energie door mijn voeten naar binnen ging. Vervolgens steeg ik met laken en al recht naar boven en werd ik door een wind meegenomen. Meer kan ik me niet herinneren. Daarna kreeg ik vaker uittredingen, bijna altijd in momenten van halfslaap, nadat ik wakker geworden was en weer in slaap dreigte te gaan vallen. Toen noemde ik het nog geen uittredingen maar hallucinaties, ook vanwege de vaak spectaculaire geluidseffecten die in die halfslaaptoestand optraden. Soms hoorde ik orkestrale muziek die ik nog niet eerder gehoord had, een merkwaardige combinatie van avant-gardistische klanken en 19e eeuwse romantiek. Meeslepende muziek waarvan ik me afvroeg of ik daarvan de creator was, of alleen maar de toehoorder. Interessant was dat het volume van de hallucinatie afnam naarmate ik de muziek meer probeerde te controleren. (Op een vrij ruwe manier: meer koper, meer strijkers, dat soort aanwijzingen). Stopte ik met het proberen te beïnvloeden van de muziek dan zwol het volume weer aan. Een andere observatie die ik had, was dat er een vloeiende overgang was tussen lucide dromen en uittredingen. Ik had al een tijdje ervaringen met lucide dromen, die ik in toenemende mate kreeg sinds ik in een schriftje mijn dromen was gaan opschrijven. De uittredingen waren begonnen niet lang nadat ik fanatiek was gaan mediteren, het tellen van mijn uitademingen.
Pas nadat ik ik een vriend vertelde over een specifieke ervaring ben ik de hallucinaties die met een gevoel van wind en vliegen gepaard gaan uittredingen gaan noemen. (meestal voorafgaand door een gevoel van verstijving) Het ging om de volgende hallucinatie: ik zweefde boven een groot complex van boerderijen en voelde hoe er boven mij een vreemd lichaam meevloog. Dit vreemde lichaam stak een tentakel in mijn onderrug. Het leek een nachtmerrie waarbij ik door een vreemd insect werd uitgezogen, tenminste die versie vertelde ik aan mijn vriend. Maar hij had de volgende verklaring. Die tentakel was de bekende streng waarmee ik verbonden was met mijn lichaam. Het vreemde lichaam dat ik achter me voelde was mijn fysieke lichaam waarin ik weer aan het terugkomen was. Dit vond ik niet onaannemelijk klinken. Met diezelfde vriend had ik altijd meningsverschillen over 'of er meer is'. Ik was de scepticus, hij geloofde in geesten, reïncarnatie etc. Hij was nogal fan van de Seth-boeken. Dat juist ik, de scepticus, dit soort ervaringen had, dat was natuurlijk wel grappig. De uittredingen die ik had pasten meestal in het bekende plaatje: een wind waardoor je meegenomen wordt, een reis door een tunnel, aankomst in een 'andere wereld'.
De periode waarin ik de meeste en ook de heftigste uittredingen had, viel tussen 1995 en 1997. Misschien juist omdat ik me er daarvoor, met mijn scepsisme, nogal tegen had verzet, gaf ik me er helemaal aan over, en ging als een bezetene boeken lezen over sjamanisme, het Tibetaanse dodenboek, en dergelijke. Maar omdat de ervaringen op zichzelf niet erg aangenaam waren, fysiek vooral, was er toch een soort rem op mijn nieuwsgierigheid. Vreemde energieën, ruwe, grofstoffelijke, doorborende energieën, wel interessant, maar niet fijn. Een keer voelde ik, in een toestand van katatonie, hoe mijn gezichtsspieren werden bewogen door een vreemde wil. Ik voelde spieren in mijn gezicht rollen waarvan ik niet wist dat ik ze had, ze zaten dieper dan de gezichtsspieren die ik normaal voel, maar niet alleen dieper, ook de bewegingen die ze maakten waren vreemd. Het was een spastische, krankzinnige dans van knopen door mijn gezicht. Voor het eerst voelde ik dat niet alleen gezichtsspieren gevoelens kunnen uitdrukken, maar ook omgekeerd dat gezichtsuitdrukkingen gevoelens kunnen oproepen. Omdat het gevoelens waren die ik nog niet eerder had ervaren kan ik ze moeilijk omschrijven. Het was een combinatie van uitzinnige razernij, verwarring en afschuw.
Nog een ervaring die ik de moeite waard vind om te vermelden is een uittreding waarbij ik het gevoel had dat ik wegvloog op de 'astrale wind', terwijl ik tegelijkertijd mijn lichaam nog op het matras voelde liggen. Ik was in staat om mijn ogen met een uiterste krachtsinspanning te openen, dwars tegen de slaapverlamming in, en zag toen iets dat ik absoluut niet kon plaatsen. Ik had het gevoel dat ik was vastgebonden aan de mast van een schip en tegen die mast omhoogkeek. Terwijl ik 'wakker' werd met mijn ogen open, en ik weer geheel en al terugkwam in mijn lichaam kon ik pas plaatsen wat ik zag. Het was de leeslamp op mijn nachtkastje. Ik had het beeld niet herkend omdat ik in de uittreding geen gevoel voor 'onder', 'boven', 'voor' en 'achter' had. Dezelfde visuele prikkels interpreteerde ik ineens heel anders. Die overgang was fascinerend.
Nu ik er jaren later, met de nodige afstand op terugkijk, stel ik me nog steeds de vraag wat ik voor betekenis moet toekennen aan deze ervaringen. Waarom had ik deze ervaringen? Is er inderdaad 'meer'? Kwamen de vreemde energieën werkelijk van 'buiten' of waren het projecties van mijn eigen geest? Wat wil dat eigenlijk zeggen de 'eigen geest'? Waar begint deze en waar houdt hij op? Doen deze vragen er überhaupt toe en gaat het niet vooral om het feit dat ik iets heb ervaren dat buiten mijn kader lag? En daarmee de grenzen van mijn scepsis ben tegengekomen? (Zonder me meteen aan allerlei theorieën van spiritisten e.d. uit te leveren). Ik moet denken aan de bekende uitspraak van Rimbaud: 'ik is een ander' en de vedische wijsheid: 'Gij zijt dat'. Beide ondergraven de westerse notie van een autonoom 'ik'. Misschien heb ik op mijn manier het 'andere' dat 'ik' is ervaren.
In die tijd gebeurde het dat ik een keer langs het Groninger museum fietste op weg naar het station. Ik passeerde een zwerver. Deze keek me doordringend aan en zei met onheilspellende stem: 'there's a ghost under your bed'.
maandag 18 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Het gedeelte met het vergeefs orkest aansturen zie ik voor me. Wonderlijke beelden kreeg ik bij je verhaal. Kun je er geen filmpje van maken!? Met geluidsband natuurlijk.
BeantwoordenVerwijderenEen film is wel heel bewerkelijk. Daarvoor ben ik (vrees ik) te lui. Maar een muziekstuk of beeld dat de ervaring van het zweven oproept, dat lijkt me wel wat.
BeantwoordenVerwijderen